Automatisch gezag voor ongetrouwde vaders

Automatisch gezag voor ongetrouwde vaders

Onlangs dienden de VVD en D66 een wetsvoorstel in dat voor ongetrouwde vaders automatisch gezag over hun kind mogelijk moet maken. Ongetrouwde vaders krijgen momenteel niet automatisch het gezag over hun kinderen. Daarvoor moeten zij eerst het kind erkennen bij de gemeente en vervolgens in het gezagregister bij de rechtbank de aantekening tot gezamenlijk ouderlijk gezag laten doorvoeren.

Deze gang van zaken is niet voor iedereen duidelijk, aldus D66 en VVD. Alleen erkenning van het kind bij de gemeente leidt nog niet direct tot ouderlijk gezag. De partijen willen met het wetsvoorstel inspelen op de huidige tijd waarin steeds minder kinderen in een huwelijk worden geboren. De VVD en D66 denken dat automatisch gezag voor ongehuwde vaders ellende kan besparen. Bijvoorbeeld wanneer de moeder komt te overlijden of in geval van een scheiding. Dat ouderlijk gezag moet, als de vader en de moeder niet getrouwd zijn, apart worden aangevraagd. Bij het geven van toestemming voor een medische behandeling of de inschrijving bij een school is het ook nodig dat een ouder dit gezag heeft.

Het huidige onderscheid tussen getrouwde en ongetrouwde vaders is niet meer van deze tijd, vinden de indieners van het voorstel, Tweede Kamerleden Vera Bergkamp (D66) en Jeroen van Wijngaarden (VVD). Ruim twintig jaar geleden, in 1995, werden nog geen twee op de tien baby’s buiten een huwelijk of geregistreerd partnerschap geboren. Vorig jaar kwamen vier op de tien zuigelingen bij ongetrouwde ouders ter wereld, zo becijferde het CBS.

D66 en VVD verwachten dat er in de huidige Tweede Kamer een meerderheid vóór het wetsvoorstel zal zijn. PvdA, SP en PVV hebben positief op het plan gereageerd. Het voorstel zal echter niet voor de verkiezingen van 15 maart 2017 behandeld worden.

Nederlandse aanpak kinderontvoering model voor nieuwe EU-verordening

Nederlandse aanpak kinderontvoering model voor nieuwe EU-verordening

Er werden in 2015 in Nederland 237 kinderen ontvoerd. Dit betekent een daling ten opzichte van voorgaande jaren. Echter, dagelijks wordt er gemiddeld tenminste één kind ontvoerd. Tijdens een lezing van het Centrum Internationale Kinderontvoering in Den Haag werd gediscussieerd over hoe dit aantal verder omlaag kan worden gebracht.

60 procent van de kinderen die slachtoffer worden van kinderontvoering, keert namelijk niet meer terug naar Nederland. De overige 40 procent keert wel terug naar huis of er wordt een regeling getroffen. Inmiddels heeft Nederland met 87 landen het Haags Kinderontvoeringsverdrag gesloten. De grootste uitdaging ligt in landen als Egypte en Marokko, waar het verdrag nog niet is getekend. Een van de uitkomsten van de lezing is dat de Nederlandse aanpak nu wordt voorgelegd om als model te gaan dienen voor de aanpassing van de nieuwe EU-verordening rondom de procedure voor kinderontvoering.

Divorce Challenge: ruim 500 voorstellen om (vecht)scheidingen tegen te gaan

Divorce Challenge: ruim 500 voorstellen om (vecht)scheidingen tegen te gaan

Hoe kunnen (vecht)scheidingen worden tegengegaan? Middels de Divorce Challenge, een initiatief van Tweede Kamerlid Jeroen Recourt, riepen minister Van der Steur, kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer en ervaringsdeskundige Amber Vermaas begin september iedereen op om ideeën aan te dragen.

Er werden 506 voorstellen om het aantal (vecht)scheidingen te minderen ingediend. Een expertpanel beoordeelde deze voorstellen. De beste twaalf voorstellen mochten 1 december pitchen. Dianne Kroezen, voorzitter van de vFAS, is lid van het expertpanel en vertelt op de website divorcechallenge.nl: ‘Er zijn zoveel verschillende manieren om te scheiden. De een is niet slechter dan de ander, wel is het van belang dat deze manier bij jou specifieke situatie past en door deskundigen wordt uitgevoerd. Goede en vroegtijdige voorlichting is hierbij essentieel.’ Tijdens de slotbijeenkomst van de Divorce Challenge, op 14 december, maakt het expertpanel bekend welke voorstellen steun zullen krijgen van het ministerie.

Buddy voor kind van gescheiden ouders

Buddy voor kind van gescheiden ouders

Steeds vaker maken kinderen van gescheiden ouders gebruik van het buddysysteem. Hierbij worden de kinderen aan een student gekoppeld die ook kind is van gescheiden ouders en zich dus in een zelfde situatie heeft bevonden. Het buddysysteem is opgericht door Marscha Pinedo, kindertherapeut en zelf kind van gescheiden ouders.

Zij kwam op het idee omdat het algemeen bekend is dat kinderen van gescheiden ouders zich vaak eenzaam voelen en soms het idee hebben tussen ouders in te staan. Een buddy biedt een luisterend oor. Doordat de buddy ervaringsdeskundige is, kan deze ook een adviserende rol hebben. Een kind dat een scheiding doormaakt ervaart vaak stress, een buddy kan een grote rol spelen gedurende de verwerking.

Meer informatie over buddy’s vindt u op de website villapinedo.nl.

Wetsvoorstel beperkte gemeenschap

Wetsvoorstel beperkte gemeenschap

Als het aan de VVD, PvdA en  D66 ligt  is trouwen in gemeenschap van goederen in de toekomst  niet meer de standaard.

Dat blijkt uit het initiatief wetsvoorstel ‘beperkte gemeenschap’  dat op 17 februari 2016 in de Tweede Kamer is behandeld.

In het wetsvoorstel wordt de beperkte gemeenschap tot uitgangspunt genomen. Dit houdt in dat alle bezittingen die een echtgenoot voor het huwelijk al had evenals alle schenkingen en erfenissen privé eigendom van de echtgenoten blijven.

Volgens de initiatiefnemers wordt op deze manier beter aangesloten bij de wensen van de meerderheid van de bevolking. Daarnaast wordt met het wetsvoorstel aansluiting gezocht bij de internationale standaard. Nederland kent als één van de weinige landen nog het stelsel van een algehele gemeenschap van goederen. Het wetsvoorstel zou ervoor zorgen dat het Nederlandse huwelijksvermogensrecht in overeenstemming komt met hetgeen in Europa gebruikelijk is.

Tijdens de behandeling op 17 februari 2016 bleek dat er bij een aantal politieke partijen weerstand bestaat tegen het wetsvoorstel.

De voornaamste kritiek op het wetsvoorstel is dat er geen behoefte zou bestaan aan verandering van het huidige stelsel van de gemeenschap van goederen. Uit het feit dat de meerderheid van Nederland geen huwelijkse voorwaarden heeft opgesteld zou kunnen worden afgeleid dat er geen behoefte bestaat aan beperking van de gemeenschap van goederen.
Bovendien zou het voorstel volgens de tegenstanders een versobering van de lotsverbondenheid opleveren, waardoor afbreuk zou worden gedaan aan “het romantische idee dat sommigen nog steeds hebben van het huwelijk.”

Kortom: niet alle partijen in de Tweede Kamer zijn ervan overtuigd dat het uitgangspunt van de algemene gemeenschap van goederen moet worden verlaten als standaardvorm.

Aan de initiatiefnemers is nu de gelegenheid geboden te reageren op de vragen en standpunten van deze eerste vergadering.

Wij houden u op de hoogte van de ontwikkelingen.

Kindgebonden budget vermindert niet behoefte kind aan alimentatie, de Hoge Raad spreekt zich uit

Kindgebonden budget vermindert niet behoefte kind aan alimentatie, de Hoge Raad spreekt zich uit

Op 9 oktober 2015 heeft de Hoge Raad duidelijkheid geschept in de discussie over de wijze waarop het kindgebondenbudget (KGB) en de eventuele alleenstaande ouderkop verwerkt moet worden in de berekening van kinderalimentatie sinds 1 januari 2015.

Voorgeschiedenis
Op 1 januari 2015 is de Wet Hervorming Kindregelingen in werking getreden. Bij deze wet zijn de regelingen met betrekking tot de bijdrage van de overheid in de kosten van verzorging en opvoeding van kinderen herzien. In dat kader is de ‘alleenstaande ouderkop’ geïntroduceerd als onderdeel van het kindgebonden budget. De alleenstaande ouderkop vervangt de voorheen bestaande alleenstaande oudertoeslag en alleenstaande ouderkorting. Dat zijn (inkomensafhankelijke) toeslagen waarop een alleenstaande ouder aanspraak kan maken wanneer hij of zij één of meer kinderen verzorgt.  Dit was nieuw en het was de vraag hoe hiermee om te gaan bij de becijfering van kinderalimentatie.

Volgens de landelijke Expertgroep Alimentatienormen moest per 1 januari 2015 het kindgebonden budget en de eventuele alleenstaande-ouderkop in mindering worden gebracht op de zogenoemde behoefte van de kinderen. Dat kon ertoe leiden dat de alimentatieplichtige ouder niets of bijna niets meer hoefde te betalen.

Er is veel gediscussieerd over deze benadering, want is het eerlijk dat de overheid volledig in de behoefte van een kind voorziet zodat de alimentatieplichtige ouder niets meer hoeft bij te dragen?

Het Gerechtshof Den Haag heeft hierover vragen gesteld aan de Hoge Raad, de zogeheten “prejudiciële vragen”. Ook de vFAS heeft in deze uitzonderlijke procedure aan de Hoge Raad kenbaar gemaakt hoe de familierechtadvocatuur in Nederland aankijkt tegen deze problematiek.

Uitspraak van de Hoge Raad
De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 9 oktober 2015 beslist dat het KGB (en de eventuele ‘alleenstaande ouderkop’) niet in mindering komen op de behoefte van het kind, maar moet worden meegenomen bij de draagkracht (het inkomen) van de verzorgende ouder. Er moet dus wel rekening gehouden worden met de ontvangst van het kindgebonden budget, maar alleen bij de vaststelling van de inkomsten van de alleenstaande ouder die het kind verzorgt.

Deze beslissing van de Hoge Raad leidt niet automatisch tot een aanpassing van het verschuldigde of te ontvangen bedrag. Het is aan de ouders zelf om actie te ondernemen en de afspraken te laten wijzigen indien gewenst.

Wetsvoorstel beperking duur partneralimentatie

Wetsvoorstel beperking duur partneralimentatie

Op 19 juni 2015 is door een aantal kamerleden -Van Oosten (VVD), Recourt (PvdA) en Berndsen-Jansen (D66)- een wetsvoorstel ingediend dat als het wordt aangenomen belangrijke wijzingen in de regels voor partneralimentatie zal brengen.

De initiatiefnemers vinden dat er in Nederland te veel over partneralimentatie wordt geprocedeerd. Het kan en moet eenvoudiger, vinden zij. Ook de maximale duur, op grond van de huidige regelgeving 12 jaar, vinden zij niet meer van deze tijd.

De belangrijkste wijziging is dat uitgangspunt van het voorstel is dat er gedurende een periode van 5 jaar een aanspraak bestaat op partneralimentatie.
In bijzondere gevallen geldt een andere rekensom:

  • bij huwelijken waaruit geen kinderen die op het moment van de echtscheiding jonger dan 12 jaar zijn, zijn geboren geldt:
    heeft het huwelijk 0-3 jaar geduurd: geen recht op partneralimentatie, heeft het huwelijk meer dan 3 jaar geduurd: recht op partneralimentatie gedurende de helft van het aantal jaar dat het huwelijk geduurd heeft met een maximum van vijf jaar
  • bij huwelijken waaruit wel kinderen geboren zijn die op het moment van de echtscheiding jonger dan 12 jaar zijn bestaat een recht op partneralimentatie gedurende de helft van het aantal jaar dat het huwelijk geduurd heeft met een maximum van vijf jaar, maar in ieder geval tot het jongste kind 12 jaar oud is.

Verder maakt het wetsvoorstel de berekening van de alimentatie eenvoudiger en wordt het alimentatiebedrag lager. Het krijgen van een nieuwe partner heeft, in tegenstelling tot de huidige regeling, straks geen invloed meer op de aanspraak op alimentatie.

Voor de oudere alimentatiegerechtigden die langer dan 15 jaar getrouwd zijn geweest maakt het wetsvoorstel een uitzondering. Wanneer zij ten hoogste 10 jaar jonger zijn dan de AOW leeftijd op het moment van de echtscheiding dan houden zij hun aanspraak op partneralimentatie minimaal tot zij de AOW gerechtigde leeftijd hebben bereikt.

Een eerder voorstel over het verkorten van de duur van partneralimentatie (ingediend door kamerlid Bontes) behaalde niet genoeg stemmen in de Tweede Kamer. Nu PvdA, D66 en VVD achter dit voorstel staan is de kans groot dat dit voorstel het wel zal gaan halen. Verwacht wordt dat het wetsvoorstel over ongeveer een jaar van kracht zal worden.

Verplicht ouderschapsplan bij scheiding weinig effectief

Verplicht ouderschapsplan bij scheiding weinig effectief

Dat concludeert Marit Tomassen-van der Lans in haar proefschrift waarop zij op 18 mei 2015 promoveerde.

Sinds maart 2009 moeten ouders die uit elkaar gaan verplicht een ouderschapsplan opstellen. Doel van dit ouderschapsplan was het verminderen van conflicten tussen ouders, maar is dat ook gelukt?

Volgens Tomassen is het effect van het verplichte ouderschapsplan beperkt. Zo starten ouders niet minder vaak een procedure over de regelingen voor de kinderen dan vóór de invoering van het ouderschapsplan. Ook heeft de rechter maar weinig mogelijkheden om ouders die geen plan hebben opgesteld aan te zetten dat alsnog te doen.

Tomassen stelt voor het ouderschapsplan niet langer als voorwaarde te stellen om te mogen scheiden. In plaats daarvan zou je ouders kunnen verplichten een voorlichtingsbijeenkomst te volgen waarin de risico’s van een scheiding voor de kinderen worden toegelicht. Als ouders daarna geen gezamenlijk plan opstellen zouden ze verplicht kunnen worden om met een mediator te praten. Die zal de ouders vervolgens moeten overtuigen van het nut van deze afspraken en zal hen moeten proberen ertoe aan te zetten alsnog een plan op te stellen.