Wijziging van een alimentatie die in een convenant is vastgelegd

Annotatie bij Gerechtshof Arnhem, 1 maart 2012,  nummer, LJN BW5183, JIN 2012, 134

ECLI:NL:GHARN:2012:BW5183

NOOT mr. G.H.J. Spee

Deze uitspraak laat weer eens zien dat het niet eenvoudig is om een alimentatie die met behulp van een mediator tot stand is gekomen en in een convenant is vastgelegd, nadien te wijzigen. Omdat de bewoordingen van een convenant niet altijd even duidelijk zijn, komt het in een procedure vaak aan op de uitleg die de rechter geeft aan de afspraken die partijen destijds hebben gemaakt. De rechter beoordeelt dit mede aan de hand van de verklaringen die partijen zelf geven. En die verklaringen staan in procedures meestal lijnrecht tegenover elkaar. Het is dan aan de rechter om te beoordelen welke verklaring het meest geloofwaardig is.

In de onderhavige zaak heeft de man zich op twee wijzigingsgronden beroepen, namelijk op die van lid 1 (wijziging van omstandigheden) en die van lid 5 (grove miskenning van de wettelijke maatstaven). Beide wijzigingsgronden zijn toepasbaar als het gaat om kinderalimentatie die in een convenant is vastgelegd (zie HR 19 november 1982, NJ 1983, 494).

De toetsingsmaatstaf van lid 1 wijkt nogal af van die van lid 5.
In een recent arrest (HR 23 december 2011, LJN BU 1709) heeft de HR nog eens bevestigd dat voor een wijziging van een eerder overeengekomen kinderalimentatie op basis van 1:401 lid 1 noodzakelijk, maar ook voldoende is dat deze alimentatie wegens een wijziging van omstandigheden niet meer aan de wettelijke maatstaven voldoet. Lid 1 vergt dus niet meer dan een relevante wijziging van omstandigheden. Daarvan is onder meer sprake als de wijziging tot een verandering van de draagkracht van de alimentatieplichtige leidt.

De toetsingsmaatstaf die in lid 5 is opgenomen, is een andere. Op grond van artikel 1:401 lid 5 BW kan een overeenkomst betreffende levensonderhoud worden gewijzigd of ingetrokken, indien zij is aangegaan met grove miskenning van de wettelijke maatstaven.

De man voerde als gewijzigde omstandigheid aan dat hij opnieuw in het huwelijk was getreden.

Door dit huwelijk was hij onderhoudsplichtig geworden ten opzichte van de kinderen van zijn nieuwe echtgenote. De vrouw stelde dat in het convenant met deze situatie rekening was gehouden. In het  convenant hadden partijen namelijk opgenomen dat de man de kinderalimentatie verschuldigd zou zijn, ook in het geval hij ging samenleven met een ander als ware hij gehuwd of als had hij zijn partnerschap laten registreren. Het nieuwe huwelijk van de man, viel volgens de vrouw ook onder deze bepaling waardoor een wijziging van de alimentatie (op deze grond) niet mogelijk was.
Het hof heeft partijen daarop gevraagd om toe te lichten met welke bedoeling deze passage in het convenant was opgenomen. Volgens de vrouw was de bedoeling van de bepaling de kinderalimentatie veilig te stellen, in die zin dat een nieuwe relatie van de man (of de vrouw) geen gevolgen zou hebben voor de verschuldigdheid en hoogte van de afgesproken kinderalimentatie, ongeacht de vraag of die nieuwe relatie gepaard zou gaan met een onderhoudsplicht voor andere kinderen. Mede omdat de man zelf geen uitleg kon geven, kon het hof de toelichting van de vrouw –die overigens ook niet onaannemelijk is- gemakkelijk overnemen. Het hof ziet geen aanleiding om een onderscheid te maken tussen de situatie waarin de man wegens een huwelijk onderhoudsplichtig wordt jegens andere kinderen en een situatie waarin dat niet zo is.

Als partijen zich door een mediator hebben laten bijstaan, wordt al snel aangenomen dat zij voldoende deskundige bijstand hebben gekregen en dat gesproken is over wijzigingen die zich na de totstandkoming van het convenant kunnen voordoen. De ervaring leert echter dat ex-echtelieden lang niet alle mogelijke toekomstige situaties kunnen voorzien. Een scheiding brengt veel negatieve emoties met zich mee en het is voor de aanstaande ex-echtelieden vaak moeilijk vooruitkijken. Over nieuwe relaties, laat staan kinderen in een andere relatie, wordt vaak nog niet nagedacht. In deze zaak hadden partijen hier wel bij stilgestaan. De tekst van het convenant laat zien dat er in ieder geval er rekening was gehouden met een eventuele toekomstige relatie. Een procedure werd daarmee echter niet voorkomen. Daarvoor waren de bewoordingen van het convenant dan toch niet duidelijk genoeg.

Neem direct contact op